Er meldt zich een vrouw van in de 70 voor ademtherapie en didgeridooles. Nog voor de eerste afspraak heeft ze me meerdere keer gebeld voor adviezen tegen angstklachten. Eén keer belt ze midden in een paniekaanval. Aan de telefoon krijg ik haar weer rustig en maak snel een afspraak.
In de les vertelt ze over haar leven. Dit kenmerkt zich door een reeks traumatische ervaringen die zich overduidelijk hebben vastgezet op haar middenrif. Ze ademt veel te hoog en heeft een paradoxaal adempatroon. Ik zou haar omschrijven als onrustig, gespannen, continu in haar hoofd aanwezig, gehaast en onveilig in haar omgeving. Waar haar stress vandaan komt, weet ze haarfijn te benoemen. Toch weet ze het niet te doorbreken.
Eerdere behandelingen bij ademtrainers en therapeuten hebben niet het gewenste effect gehad. Als ik haar vraag een ademhalingsoefening te laten zien die ze van haar fysiotherapeut heeft geleerd, schiet ze direct in haar hoofd. Dat werkt niet, ik wil haar juist meer in haar lijf krijgen. We proberen een toon te blazen, maar ze heeft amper lucht en wordt direct duizelig. Met meer angst tot gevolg. Ze wil opgeven, maar het zou mijn eer te na zijn om haar zonder een succeservaring - hoe klein ook - te laten vertrekken.
Nu beginnen met didgeridoo heeft geen nut. Ik besluit te vertragen. Ik wil haar een moment van rust laten ervaren. Ze blijft delen wat ze allemaal heeft meegemaakt. Haar ademhaling wordt steeds hoger en oppervlakkiger. Dat is een bekend fenomeen. Bij de gedachte aan eerdere stressvolle ervaringen, reageert het lijf alsof de stressvolle gebeurtenis in het nu plaatsvindt.
Ik besluit haar nu niet verder te laten vertellen en eerst een begeleide ademhalingsoefening te doen. Ook zonder woorden kunnen we in beweging brengen wat vast zit in het systeem. Na een paar minuten begeleid diep ademen, voel ik haar energie veranderen. Mijn hooggevoeligheid komt goed van pas. Er komt verdriet los, maar ze heeft geleerd dat te verbergen. Het masker dat ze al jaren draagt, verbergt voor mij niet alles. “Je hoeft niets in te houden”, zeg ik. Die opmerking doet zichtbaar wat. “Adem het maar weg”. “Zie het als energie die je al veel te lang bij je hebt gehouden.” Dat doet ze.
We kiezen een onderwerp dat haar veel stress bezorgt en ademen er vervolgens met aandacht naartoe, doorheen én blazen het weg. Na drie kwartier in mijn les en na 10 minuten in de begeleide ademhaling, waarbij ik inspeel op wat ik bij haar voel, gebeurt er wat. Ik voel dat de zwaarte een beetje verdwijnt. ‘Mooi er gebeurt wat’, denk ik. Eindelijk een beetje ontspanning.
“Nu doen we hetzelfde maar dan door de didgeridoo. Niet denken gewoon doen. Alles is goed." En dan… nog in de ontspanning van de ademhalingsoefening, blaast ze dan toch de eerste tonen uit dit magische instrument. Ik zie haar mondhoeken bewegen en er vormt zich een voorzichtige glimlach. “Heb je door dat je lacht”, vraag ik haar? Enigszins onbewust en verbaasd, reageert ze: “ja inderdaad ik lach weer, dat is lang geleden. Dit werkt echt!” Haar blijdschap krijgt meer ruimte, de lach harder. Mijn hart maakt een sprongetje. Dit is waarom ik een diepe passie voel voor dit werk. Het gaat nog wel even duren om haar ingesleten adempatroon echt te veranderen en voordat ze werkelijk door haar trauma’s kan bewegen. Of ze aanleg heeft voor didgeridoo? We gaan het zien, maar dat maakt ook werkelijk helemaal niets uit. Dit succesje hebben we alvast geboekt!
